ECLI:NL:RVS:2016:2348
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere boete voor particuliere huurder bij onttrekking woonruimte door hennepkwekerij
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde [appellant sub 2] een bestuurlijke boete van € 4.000 op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning door exploitatie van een hennepkwekerij. Tevens werden de kosten van spoedeisende bestuursdwang van € 1.144,39 op haar verhaald.
De rechtbank stelde vast dat [appellant sub 2] terecht als overtreder was aangemerkt, maar dat ten onrechte was uitgegaan van bedrijfsmatige exploitatie, waardoor de boete werd verlaagd naar € 2.000. Het college en [appellant sub 2] gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel de exploitatie van een hennepkwekerij bedrijfsmatig is, de particuliere huurder zonder nadere feitelijke betrokkenheid niet automatisch als bedrijfsmatige overtreder kan worden aangemerkt. Het college kon het beleid dat bij een hennepkwekerij altijd bedrijfsmatige exploitatie wordt aangenomen niet redelijk toepassen in deze situatie.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd voor zover het de boetehoogte betrof en de boete vastgesteld op € 2.000. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 496 en griffierecht van € 497.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op € 2.000 omdat de particuliere huurder niet zonder nadere feiten kan worden aangesproken op bedrijfsmatige exploitatie van de hennepkwekerij.