ECLI:NL:RVS:2016:2265
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens niet-gemaakte kosten
Appellante verzocht kinderopvangtoeslag voor 2013, maar de Belastingdienst stelde het voorschot na herziening op nihil vanwege het ontbreken van bewijs van gemaakte kosten. Appellante voerde aan dat zij geen kosten hoefde te maken vanwege een re-integratietraject en dat kinderopvang noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het voorschot terecht was herzien omdat appellante niet had aangetoond dat zij kosten had gemaakt, een vereiste volgens de Awir en Wkkp. Ook het beroep op het IVRK faalde omdat kinderopvangtoeslag een financiële bijdrage aan ouders betreft en geen directe aanspraak van kinderen.
De Raad van State bevestigde deze uitspraak en wees de bezwaren van appellante af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt het belang van het aantonen van daadwerkelijke kosten om aanspraak te maken op kinderopvangtoeslag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.