ECLI:NL:RVS:2016:2073
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens dienstweigering
De staatssecretaris wees op 13 januari 2015 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 december 2015 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. In het hoger beroep klaagde hij dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat bij het nieuwe besluit inzichtelijk gemaakt moet worden wanneer en op grond van welke beleidsregel of vaste gedragslijn de ernstige gewetensbezwaren van de vreemdeling tegen deelname aan militaire dienst worden beoordeeld. De staatssecretaris stelde dat een individuele beoordeling volstaat en dat een beleidsregel niet verplicht is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht betoogde dat de motieven voor dienstweigering divers en tijdelijk zijn en dat het aan de vreemdeling is om zijn gewetensbezwaren te verklaren en aan de staatssecretaris om die geloofwaardigheid te beoordelen. Het ontbreken van een beleidsregel sluit effectieve toetsing door de rechter niet uit. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, maar de staatssecretaris had zich neergelegd bij de vernietiging van het besluit. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en hij wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.