ECLI:NL:RVS:2013:BZ5394
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuw feit
De vreemdeling had een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de minister op 28 juni 2012 werd afgewezen. De voorzieningenrechter had dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij het door de vreemdeling overgelegde Somalische paspoort als nieuw feit werd aangemerkt.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het paspoort geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid vormt, aangezien de vreemdeling geen in rechte te honoreren verklaring gaf waarom hij zich niet eerder tot de Somalische autoriteiten had gewend voor het verkrijgen van een paspoort. Dit strookt niet met de jurisprudentie omtrent hernieuwde toetsing bij gelijke besluiten.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.