ECLI:NL:RVS:2016:1288
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 19 maart 2015 werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling als alleenstaande vrouw zonder mannelijk netwerk bij terugkeer naar Mogadishu geen reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Hierbij werd het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 10 september 2015 in de zaak R.H. tegen Zweden betrokken, waarin werd vastgesteld dat een dergelijke vrouw wel degelijk een reëel risico loopt.
Gelet op deze onvoldoende motivering werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.