ECLI:NL:RBDHA:2018:1242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische vrouw wegens ongeloofwaardigheid feiten en geen alleenstaande vrouw
Eiseres, een Somalische vrouw, vroeg asiel aan in Nederland met het argument dat zij vreest voor vervolging door Al-Shabaab vanwege de moord op haar vader en oom, en persoonlijke problemen met deze groepering. Haar vader zou in 2009 zijn vermoord, waarna haar oom voor haar zorgde. De oom weigerde mee te werken aan een aanslag van Al-Shabaab en werd vervolgens vermoord. Eiseres vreesde daarom voor haar veiligheid en die van haar gezin.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over de dood van haar vader en oom. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de moorden niet geloofwaardig waren, mede vanwege inconsistenties, gebrek aan bewijs en onlogische details zoals het bestaan van een zogenaamd Oegandees ziekenhuis in Mogadishu. De rechtbank achtte ook niet aannemelijk dat eiseres een reëel risico loopt op vervolging.
Daarnaast stelde eiseres dat zij als alleenstaande vrouw gevaar loopt bij terugkeer, maar de rechtbank concludeerde dat zij niet als alleenstaande vrouw kan worden beschouwd omdat zij mannelijke familieleden heeft. Dit betekent dat het beleid dat alleenstaande vrouwen beschermt niet op haar van toepassing is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een verblijfsvergunning af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en het ontbreken van de status van alleenstaande vrouw.