ECLI:NL:RVS:2016:1231
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste bij gezinshereniging
De staatssecretaris weigerde op 17 maart 2014 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan een Turkse vreemdeling die gezinshereniging met een Nederlandse vrouw beoogde. De vrouw ontvangt een bijstandsuitkering en is arbeidsongeschikt. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht het middelenvereiste hanteerde, dat inhoudt dat de referent stabiele en regelmatige inkomsten moet hebben zonder beroep op sociale bijstand. De vrijstelling voor blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid werd niet toegekend omdat de overgelegde arbeidsongeschiktheidsverklaring niet door een arts was opgesteld, wat volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 vereist is.
Verder faalden de overige beroepsgronden, waaronder het beroep op bijzondere omstandigheden en het EVRM-artikel 8. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt en de staatssecretaris handhaafde terecht het besluit. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf gehandhaafd.