ECLI:NL:RVS:2016:1161
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling werd op 4 februari 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege onduidelijkheid over zijn identiteit en nationaliteit, en de rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in, stellende dat de maatregel voldoende was gemotiveerd met verwijzing naar onjuiste verklaringen van de vreemdeling over zijn identiteit en het niet meewerken aan vaststelling daarvan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gronden voor bewaring, zoals genoemd in artikel 59b Vreemdelingenwet 2000, juist waren toegepast en dat de motivering in de maatregel toereikend was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en wees een proceskostenveroordeling af. De klacht over schending van het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vreemdeling zijn nationaliteit niet had aangetoond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring blijft gehandhaafd.