ECLI:NL:RVS:2013:BZ3368
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- K.J.M. Mortelmans
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Openbaarheid en inzage dossiers jeugdigen onder bijzondere regeling Wet op de jeugdzorg
De zaak betreft een verzoek van ouders om inzage en afschrift van dossiers van hun kinderen bij Bureau Jeugdzorg, alsmede verstrekking van BIG-registratiegegevens van betrokken gedragswetenschappers en artsen. De rechtbank had het beroep van de ouders gegrond verklaard wegens het uitblijven van een besluit en dwangsommen opgelegd.
Bureau Jeugdzorg stelde hoger beroep in en voerde aan dat de Wet op de jeugdzorg (Wjz) een bijzondere en uitputtende regeling bevat voor inzage en geheimhouding van dossiers van jeugdigen, die voorrang heeft boven de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de Wob toepaste, terwijl de Wjz juist een belangenafweging vereist tussen het belang van de jeugdige en dat van de wettelijke vertegenwoordigers.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en oordeelde dat Bureau Jeugdzorg de Wob terecht niet toepaste op het verzoek om dossiers. Tevens werd geoordeeld dat de BIG-registratiegegevens openbaar zijn en niet via de Wob verstrekt hoeven te worden. Het beroep tegen het besluit van 25 augustus 2011 werd ongegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van 23 februari 2012 gegrond en dat besluit vernietigd.
De uitspraak benadrukt de bijzondere positie van de Wjz bij de bescherming van jeugdigen en de beperking van openbaarheid van hun dossiers, waarbij het belang van de jeugdige prevaleert boven het recht op informatie van ouders. Dit voorkomt doorkruising van de specifieke regeling die openbaarheid en geheimhouding regelt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbankuitspraak vernietigd vanwege onjuiste toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur op verzoeken inzake dossiers jeugdigen.