ECLI:NL:RVS:2016:1072
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing inpassingsplan Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69 met nadruk op alternatievenonderzoek en Natura 2000
Provinciale staten van Noord-Brabant stelden op 31 oktober 2014 het inpassingsplan Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69 vast, gericht op de aanleg van een nieuwe verbindingsweg tussen de bestaande N69 en de A67. Diverse appellanten, waaronder bewoners en milieuorganisaties, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en beoordeelde onder meer de ontvankelijkheid van appellanten, de zorgvuldigheid van het besluitvormingsproces, de nut en noodzaak van het plan, de keuze voor het tracé en de alternatieven, en de gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
Het besluitvormingsproces omvatte een uitgebreid trechteringsproces met meerdere alternatieven, waarbij het voorkeursalternatief Westparallel 1 werd vastgesteld. De Afdeling oordeelde dat provinciale staten beleidsvrijheid hebben bij de keuze van het tracé en dat het alternatievenonderzoek zorgvuldig en deugdelijk was uitgevoerd. Diverse alternatieven, zoals het alternatief Verbeterd West+Midden en een alternatieve aansluiting op de Dommelsedijk, werden beoordeeld en verworpen op redelijke gronden.
Ten aanzien van Natura 2000-gebieden concludeerde de Afdeling dat het plan geen aantasting van de natuurlijke kenmerken veroorzaakt, mede door de aanleg van bruggen over beekdalen en mitigerende maatregelen tegen stikstofdepositie. Wel oordeelde de Afdeling dat de uitvoering van de mitigerende maatregelen onvoldoende in het plan is geborgd, waardoor het plan op dit punt in strijd is met de Natuurbeschermingswet 1998. Ook is onvoldoende zekerheid over de mogelijke neveneffecten van vernatting van de Keersopperbeemden.
De Afdeling verwierp voorts bezwaren over onvoldoende betrokkenheid van belanghebbenden, onjuiste kennisgeving en onvoldoende onderbouwing van verkeers- en milieueffecten. Het beroep werd deels gegrond verklaard vanwege de gebrekkige borging van mitigerende maatregelen, maar het plan werd niet vernietigd. Provinciale staten dienen het plan hierop aan te passen.
Uitkomst: Het plan wordt grotendeels bevestigd, maar de borging van mitigerende maatregelen voor stikstofdepositie is onvoldoende verzekerd, waardoor aanpassing noodzakelijk is.