De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 13 januari 2020 verzoeken om voorlopige voorziening tegen vergunningen voor de aanleg van de nieuwe verbindingsweg N69 nabij Valkenswaard. De vergunningen betroffen onder meer een natuurvergunning op grond van de Wet natuurbescherming en drie watervergunningen voor de aanleg van een beekdalbrug.
Verzoekers maakten bezwaar tegen mogelijke negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux, met name door stikstofdepositie, verstoring van de beekprik en grondwaterverontreiniging vanuit een nabijgelegen vuilstort. De voorzieningenrechter oordeelde dat de stikstofeffecten pas optreden na voltooiing van de weg en dat de realisatiefase geen significant effect heeft. Ordenmaatregelen met betrekking tot verstoring van de beekprik en grondwaterverontreiniging waren reeds elders getroffen.
De voorzieningenrechter zag geen aanleiding voor aanvullende voorlopige voorzieningen en wees de verzoeken af. De bodemzaken worden behandeld door de meervoudige kamer op 11 februari 2020. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.J.H.M. Verhoeven.