ECLI:NL:RVS:2016:2939
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens schending recht op tijdige rechtsbijstand
De vreemdeling werd op 7 augustus 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond, ondanks dat de staatssecretaris geen piketmelding had verzonden voor de maatregel van bewaring, waardoor de vreemdeling vier weken zonder rechtsbijstand zat.
De vreemdeling stelde dat de enkele piketmelding in het kader van ophouding niet volstond voor het recht op rechtsbijstand bij inbewaringstelling. De Raad van State oordeelde dat de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding stonden tot de ernst van het gebrek, namelijk het niet tijdig toevoegen van een raadsman.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per 26 oktober 2016 wordt opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding toegekend en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven vanwege het niet tijdig toevoegen van rechtsbijstand en de vreemdeling ontvangt een schadevergoeding.