ECLI:NL:RVS:2014:4728
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 23 januari 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij het asielrelaas van de vreemdeling niet geloofwaardig achtte, ondanks dat hij de verklaringen van twee dorpsgenoten wel geloofwaardig had bevonden. De Raad stelde dat de staatssecretaris zich deugdelijk had gemotiveerd en dat de tegenstrijdigheden en vaagheden in het asielrelaas van de vreemdeling niet werden weggenomen door de verklaringen van de dorpsgenoten.
Verder stelde de Raad vast dat de door de vreemdeling overgelegde documenten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Ook de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan, met name in de provincie Kunar, was niet zodanig verslechterd dat bescherming op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geboden is.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.