ECLI:NL:RVS:2014:4572
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs kosten 2007
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het voorschot en de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2007 op nihil te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil is of appellant voldoende heeft aangetoond dat hij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en dat er een overeenkomst bestond zoals vereist in de Wet kinderopvang. Appellant stelde dat hij de gastouder contant betaalde en overhandigde bankafschriften van geldopnames en een verklaring van een afspraak tot contante betaling. De Belastingdienst/Toeslagen stelde dat dit onvoldoende bewijs is.
De Raad van State oordeelt dat uit de bankafschriften niet blijkt dat de opgenomen contante bedragen daadwerkelijk aan de gastouder zijn betaald. Ook de verklaring over de afspraak en de belastingaangifte van de gastouder zijn onvoldoende om de kosten aan te tonen. De wettelijke verplichting om de kosten aan te tonen volgt uit de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Omdat appellant niet heeft aangetoond dat hij kosten heeft gemaakt, is er geen aanspraak op kinderopvangtoeslag. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.