ECLI:NL:RVS:2014:4246
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.W. van de Gronden
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning horeca wegens illegale prostitutie en nalatigheid
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost trok op 29 december 2011 de exploitatievergunning van een horecabedrijf in Amsterdam in vanwege illegale prostitutieactiviteiten. De burgemeester verklaarde het bezwaar van de exploitant ongegrond. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, maar na overlegging van niet-geanonimiseerde stukken werd het besluit alsnog gegrond verklaard.
De exploitant voerde onder meer aan dat de adviescommissie niet onafhankelijk was, de processen-verbaal onjuist waren geïnterpreteerd en dat de burgemeester disproportioneel handelde. De Raad van State verwierp deze bezwaren. De processen-verbaal en rapportages toonden overtuigend aan dat illegale prostitutie plaatsvond en dat de exploitanten hiervan op de hoogte waren zonder maatregelen te treffen.
De Raad van State stelde vast dat de burgemeester terecht de exploitatievergunning voor onbepaalde tijd mocht intrekken, waarbij het belang van het voorkomen van illegale prostitutie en het woon- en leefklimaat zwaarder woog dan het belang van de exploitant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de exploitatievergunning wegens illegale prostitutie en nalatigheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.