ECLI:NL:RVS:2015:396
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod na ernstig en onmiddellijk gevaar voor partner
Bij besluit van 17 april 2014 legde de burgemeester een tijdelijk huisverbod op aan appellant wegens een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van zijn partner in de woning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) onjuist was ingevuld en dat er geen sprake was van een ernstig gevaar.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het opleggen van een huisverbod een ingrijpend instrument is, dat slechts kan worden toegepast bij voldoende grond voor ernstig en onmiddellijk gevaar. De rechter toetst terughoudend de afweging van de burgemeester. Het bewijs bestond uit een proces-verbaal op ambtsbelofte waarin meldingen van huiselijk geweld en waarnemingen van buurmannen werden vermeld.
De Afdeling achtte het aannemelijk dat het huisverbod terecht was opgelegd, mede gelet op de verklaringen van de partner en meldingen over eerdere incidenten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.