ECLI:NL:RVS:2014:3883
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen bewoning schuur zonder vergunning in Nijkerk
Het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk had besloten handhavend op te treden tegen de bewoning van een schuur op een perceel met agrarische bestemming, omdat deze bewoning zonder vereiste vergunning plaatsvond. Dit besluit werd betwist door de bewoners, die stelden dat er concreet zicht was op legalisering vanwege een nieuw bestemmingsplan en dat bijzondere omstandigheden handhaving zouden moeten verhinderen.
De rechtbank Gelderland vernietigde het collegebesluit van 8 mei 2013 en gaf het college opdracht binnen vier weken handhavend op te treden met een passende begunstigingstermijn. Het college volgde dit besluit en legde een last onder dwangsom op om binnen een jaar de bewoning te staken.
In hoger beroep bij de Raad van State voerden de appellanten aan dat het nieuwe bestemmingsplan legalisering mogelijk maakte, dat het college door langdurig gedogen vertrouwen had gewekt en dat bijzondere omstandigheden, zoals de zorg voor een gehandicapte broer, handhaving onredelijk maakten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat ten tijde van het handhavingsbesluit geen concreet zicht op legalisering bestond, dat het college terecht handhavend optrad en dat de bijzondere omstandigheden onvoldoende uitzonderlijk waren om van handhaving af te zien.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het handhavingsbesluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit is ongegrond verklaard en het college mag handhavend optreden tegen de bewoning van de schuur.