ECLI:NL:RVS:2014:3649
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. Hammerstein
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging subsidierelatie jeugdzorg na stelselwijziging per 2015
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft bij besluit van 20 december 2012 de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland geïnformeerd over de stelselwijziging van de financiering van jeugdzorg en aangekondigd de subsidierelatie te beëindigen per 1 januari 2015. De stichting maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de stichting eveneens ongegrond, waarna de stichting hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De stichting stelde dat het college de beëindiging niet tijdig en zorgvuldig had aangekondigd, omdat onzeker was of de stelselwijziging per 1 januari 2015 zou doorgaan en onduidelijk was onder welke voorwaarden. De Raad van State oordeelde dat het college mocht uitgaan van het voornemen van de regering om de stelselwijziging per die datum door te voeren en dat de aankondiging op 20 december 2012 tijdig was. Tevens werd benadrukt dat de redelijke termijn bedoeld is om de subsidieontvanger in staat te stellen maatregelen te treffen, en een termijn van ongeveer twee jaar in dit geval niet onredelijk is.
De beëindiging van de subsidierelatie vloeit voort uit een landelijke beleidswijziging en ligt buiten de macht van het college. Het college heeft bovendien via het Interprovinciaal Overleg en andere initiatieven bijgedragen aan een zorgvuldige transitie. Van het college kan niet worden verlangd dat het naast de afgesproken transitiemaatregelen ook een overgangssubsidie verstrekt. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de subsidierelatie per 1 januari 2015 bevestigd.