ECLI:NL:RVS:2014:3646
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering risico marteling bij terugkeer naar Turkije
De staatssecretaris heeft bij besluit van 23 november 2012 de asielaanvraag van de vreemdeling afgewezen en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de omstandigheden in Turkije wezenlijk zijn verbeterd sinds de periode waarin de vreemdeling martelingen heeft ondergaan. Het ambtsbericht over Turkije geeft weliswaar een algemene verbetering aan, maar erkent dat personen die veroordeeld zijn wegens lidmaatschap van de PKK een verhoogd risico lopen op marteling en slechte behandeling. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dit risico voor de vreemdeling niet meer aanwezig zou zijn.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op het inreisverbod, dat wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb. De rest van de uitspraak wordt bevestigd. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op marteling, de rest van de uitspraak wordt bevestigd.