ECLI:NL:RVS:2014:3587
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens strijd met artikel 67 Vreemdelingenwet 2000
De staatssecretaris heeft op 23 februari 2014 een vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het inreisverbod wel op rechtsgevolg is gericht, in tegenstelling tot de rechtbank. Omdat de vreemdeling reeds op 10 juli 1998 ongewenst was verklaard en deze ongewenstverklaring ten tijde van het inreisverbod nog niet was opgeheven, is het uitvaardigen van het inreisverbod onrechtmatig en strijdig met artikel 67, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het inreisverbod en bevestigt het overige van de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod van 23 februari 2014 is vernietigd wegens strijd met artikel 67, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.