ECLI:NL:RVS:2014:2996
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring wegens overdracht aan verantwoordelijke lidstaat niet gerechtvaardigd
De vreemdeling werd op 7 mei 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond, maar het hoger beroep bij de Raad van State leidde tot vernietiging van deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat hoewel de formele voorwaarden voor bewaring waren vervuld, de rechtbank onvoldoende had meegewogen dat de vreemdeling had verklaard mee te zullen werken aan zijn overdracht indien het beroep ongegrond werd verklaard. Tevens had de vreemdeling zich altijd aan zijn meldplicht gehouden en verbleef hij in een asielzoekerscentrum, waardoor geen significant risico op onderduiken bestond.
Daarom was de maatregel van vreemdelingenbewaring niet proportioneel en niet gerechtvaardigd. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit gegrond. Tevens werd een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring en werden proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd vernietigd wegens ontbreken van een significant risico op onderduiken en het beroep van de vreemdeling werd gegrond verklaard.