ECLI:NL:RVS:2014:2427
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag en toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag bij terugkeer naar Democratische Republiek Congo
De vreemdeling uit de Democratische Republiek Congo (DRC) diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister werd afgewezen. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht het besluit had genomen op basis van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat de vreemdeling leidinggevende functies bekleedde binnen het FNI/FRPI en mede verantwoordelijk kon worden gehouden voor gepleegde misdrijven. Tevens werd geoordeeld dat Nederland verantwoordelijk is voor de beoordeling van het risico op refoulement, ondanks de betrokkenheid van het Internationaal Strafhof.
De Raad van State bevestigde dat de protective measures van het Strafhof en de garanties van de Congolese autoriteiten voldoende waarborgen bieden tegen een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Ook werd geoordeeld dat het risico op een schending van artikel 6 EVRM Pro en de doodstraf onvoldoende aannemelijk was. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand, en de staatssecretaris is niet verplicht een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit, handhaaft de rechtsgevolgen en wijst de hogere beroepen af.