ECLI:NL:RVS:2015:876
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over weigering toegang en vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingen
Bij besluiten van 4 juni 2014 werd aan de vreemdelingen verdere toegang tot Nederland geweigerd en werden vrijheidsontnemende maatregelen opgelegd. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de toegangsweigering ongegrond, maar oordeelde dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregelen onrechtmatig was en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde incidenteel hoger beroep in tegen de uitspraak, maar dit werd door de Raad van State als niet-ontvankelijk verklaard vanwege wettelijke beperkingen op incidenteel hoger beroep in dergelijke zaken. De vreemdelingen en de staatssecretaris stelden hoger beroep in tegen de uitspraak, maar de Raad van State oordeelde dat de aangevoerde gronden geen aanleiding gaven tot vernietiging van de uitspraak.
De staatssecretaris voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals het verblijf van de vreemdelingen in detentie bij het Internationaal Strafhof en hun pogingen om terugkeer te voorkomen, rechtvaardigden dat de vrijheidsontnemende maatregelen werden voortgezet. De Raad van State oordeelde echter dat deze omstandigheden niet voldoende waren om te concluderen dat de vreemdelingen de voorbereiding van terugkeer of verwijdering ontwijken of belemmeren.
De Raad bevestigde dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregelen vanaf 27 juni 2014 tot 6 juli 2014 onrechtmatig was en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Daarmee werd de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregelen onrechtmatig was en verklaart het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris niet-ontvankelijk.