ECLI:NL:RVS:2014:2315
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in vreemdelingenzaak
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen door de minister op een bezwaar tegen de weigering van een verblijfsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk zonder duidelijk te motiveren op welk beroep dit betrekking had.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet afzonderlijk op de verschillende beroepen heeft beslist en dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen mede betrekking had op het bezwaarbesluit van 17 oktober 2012. Tevens wordt benadrukt dat een beroep van rechtswege tijdig is indien nog niet op het oorspronkelijke rechtsmiddel is beslist.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor een inhoudelijke behandeling. De proceskosten worden vastgesteld en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.