ECLI:NL:RVS:2014:1283
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs kosten gastouderopvang
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 door de Belastingdienst, die het voorschot had vastgesteld op een lager bedrag wegens onvoldoende bewijs van gemaakte kosten voor gastouderopvang.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante niet had aangetoond dat zij alle kosten van gastouderopvang had betaald, aangezien de bankafschriften niet overeenkwamen met de facturen en niet duidelijk maakten op welke maanden de betalingen betrekking hadden.
Verder stelde de Afdeling dat de Belastingdienst het voorschot baseert op schriftelijke overeenkomsten en dat een gedeeltelijke betaling niet leidt tot een evenredig lager voorschot zonder overeenkomst. Het beroep op persoonlijke omstandigheden om terugvordering te voorkomen faalde eveneens. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.