ECLI:NL:RVS:2014:1148
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- M. Vlasblom
- K.J.M. Mortelmans
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Prejudicieel verzoek over geldigheid Europese terrorismelijst en terrorismebegrip in internationale en EU-regelgeving
Bij besluiten van juni 2010 heeft de minister A, B, C en D aangewezen als personen op wie de Sanctieregeling terrorisme van toepassing is vanwege hun vermeende betrokkenheid bij fondsenwerving voor de LTTE, een organisatie op de Europese terrorismelijst. De appellanten betwisten hun betrokkenheid en de kwalificatie van de LTTE als terroristische organisatie, mede omdat het conflict tussen de Sri Lankaanse regering en de LTTE als een gewapend conflict in de zin van het internationale humanitaire recht moet worden beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaken samengevoegd en na behandeling ter zitting overwogen dat de minister zich terecht baseerde op de Europese terrorismelijst, maar twijfelt aan de ontvankelijkheid van de appellanten in een beroep tot nietigverklaring van de plaatsing van de LTTE op die lijst. Ook bestaat twijfel over de rechtstreekse geraaktheid en de vraag of de plaatsing uitvoeringsmaatregelen met zich brengt.
Verder is de Afdeling van oordeel dat handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict mogelijk niet als terroristische daden kunnen worden aangemerkt volgens het internationale humanitaire recht en EU-regelgeving. Gezien deze twijfel verzoekt de Afdeling het Hof van Justitie prejudiciële vragen te beantwoorden over de ontvankelijkheid, de aard van terroristische daden, de geldigheid van de plaatsing van de LTTE en de gevolgen van eventuele ongeldigheid.
Tot slot wordt de behandeling van de hoger beroepen geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: De behandeling van de hoger beroepen wordt geschorst en prejudiciële vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie over de geldigheid van de plaatsing van de LTTE op de Europese terrorismelijst.