ECLI:NL:RVS:2013:BZ5219
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijdigheid met artikel 3 EVRM
De vreemdeling diende op 9 september 2011 een asielaanvraag in Nederland in, nadat zij eerder in Italië een asielaanvraag had ingediend. De minister wees haar aanvraag op 9 januari 2012 af, waarna de rechtbank deze afwijzing bekrachtigde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepaste zonder nader onderzoek naar de persoonlijke situatie van de vreemdeling, een kwetsbare moeder met een jong kind. Het rapport van Hammarberg, dat risico’s bij overdracht aan Italië beschrijft, was onvoldoende betrokken in de beoordeling. De Raad stelde dat een zorgvuldige beoordeling vereist is conform het arrest M.S.S. van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en het besluit van de minister, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €1.416,00.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.