ECLI:NL:RVS:2013:BZ4953
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging stillegging bouwwerkzaamheden wegens ontbreken omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Breda legde op 6 april 2011 de bouwwerkzaamheden aan een pand stil en gelastte appellant deze te staken onder oplegging van een dwangsom. Appellant voerde aan dat de werkzaamheden vergunningvrij waren omdat ze onder gewoon onderhoud vielen en dat zij toestemming had gekregen via een brief uit 2005.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden niet als gewoon onderhoud konden worden aangemerkt omdat kantoorruimten werden omgevormd tot woonruimten, wat een functiewijziging inhoudt. Ook leidde de brief van 2005 niet tot een vergunningvrije status. Het college was daarom bevoegd handhavend op te treden.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat het college niet hoefde te onderzoeken of de bouw gelegaliseerd kon worden alvorens de bouw te stilleggen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ongeclausuleerde toezegging is gedaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de stillegging van de bouwwerkzaamheden bevestigd.