ECLI:NL:RVS:2013:228
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwstop garage wegens ontbreken omgevingsvergunning en bestemmingsplanbeperkingen
Het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem legde appellant op 26 augustus 2011 een last onder dwangsom op om de bouw van een garage op een perceel in Eys te staken, omdat hiervoor geen omgevingsvergunning was verleend. Appellant stelde dat de garage vergunningvrij was als bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied, maar de rechtbank oordeelde dat het perceel vanwege de landschappelijke bestemming geen erf is in de zin van het Besluit omgevingsrecht.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat het college in strijd met het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel had gehandeld door de bouwstop op te leggen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de bevoegdheid tot het opleggen van een bouwstop krachtens artikel 5.17 Wabo vergelijkbaar is met de eerdere bevoegdheid uit de Woningwet en dat het college niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of verbod van willekeur heeft gehandeld, omdat niet vaststaat dat het college in gelijke gevallen geen bouwstop oplegt.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank Maastricht en oordeelde dat de bouwstop terecht is opgelegd omdat de garage niet vergunningvrij kon worden gebouwd op grond van de geldende bestemmingsplanregels en het Bor. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bouwstop en dwangsom voor de garage zonder omgevingsvergunning worden bevestigd.