ECLI:NL:RVS:2013:813
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste toepassing terbeschikkingstelling arbeidskrachten in grensoverschrijdende dienstverlening
De minister legde [bedrijf A] een boete van €232.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat 28 Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten. De rechtbank verklaarde het beroep van [bedrijf A] ongegrond. De curatoren van [bedrijf A] stelden in hoger beroep dat de 28 werknemers niet onder leiding en toezicht van [bedrijf A] werkten, maar van [bedrijf B], en dat er dus geen sprake was van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de 28 werknemers onder leiding en toezicht van [bedrijf A] stonden en dat de werkzaamheden niet in overeenstemming waren met de gebruikelijke werkwijze. Hierdoor was de boete voor deze werknemers onterecht opgelegd en diende deze te worden vernietigd. Voor de boete opgelegd voor de tewerkstelling van één werknemer bleef de boete gehandhaafd.
Verder overwoog de Afdeling dat de minister bij het opleggen van boetes een zorgvuldige belangenafweging moet maken en dat matiging mogelijk is bij verminderde verwijtbaarheid. In deze zaak was geen sprake van volledig ontbreken van verwijtbaarheid of concrete staving van inspanningen om overtreding te voorkomen, zodat matiging niet aan de orde was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank Haarlem voor zover deze de boete voor de 28 werknemers handhaafde en bevestigde de uitspraak voor het overige. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de curatoren van [bedrijf A].
Uitkomst: Boete voor 28 werknemers vernietigd wegens onjuiste kwalificatie, boete voor één werknemer gehandhaafd, minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding.