ECLI:NL:RVS:2013:239
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over rechtsgevolgen schending verdedigingsbeginsel bij verlenging vreemdelingenbewaring
Bij besluiten van 19 en 29 april 2013 zijn de bewaringsmaatregelen tegen twee vreemdelingen verlengd met maximaal twaalf maanden. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze verlengingen ongegrond, ondanks erkenning van schending van het verdedigingsbeginsel doordat de gemachtigden niet tijdig werden geïnformeerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de rechtsgevolgen van deze schending. De kernvraag is of schending van het verdedigingsbeginsel automatisch leidt tot opheffing van de bewaring, of dat een belangenafweging mogelijk is waarbij ook de belangen van de lidstaat worden meegewogen.
De Afdeling verwijst naar Europese regelgeving, waaronder de Terugkeerrichtlijn en het Handvest van de grondrechten van de EU, en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad. Gezien de bijzondere positie van bewaring in het vreemdelingenrecht en het feit dat de vreemdelingen nog in bewaring zijn, is spoedige behandeling noodzakelijk.
De behandeling van de hoger beroepen is geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet. De Afdeling verzoekt het Hof om duidelijkheid over de toepassing van het verdedigingsbeginsel bij verlengingsbesluiten van vreemdelingenbewaring en de mogelijkheid van een belangenafweging.
Uitkomst: Behandeling hoger beroepen geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de rechtsgevolgen van schending van het verdedigingsbeginsel bij verlenging van vreemdelingenbewaring.