ECLI:NL:RVS:2013:231
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Epe legde op 2 april 2012 een last onder dwangsom op aan de bewoners van een recreatiewoning te Emst, om de permanente bewoning te beëindigen. Dit handhavingsbesluit werd door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen op 6 november 2012 bevestigd. Zowel de bewoners als het college stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De bewoners voerden aan dat zij sinds 1 november 2000 permanent op het perceel woonden en dat het gebruiksovergangsrecht van het oude en nieuwe bestemmingsplan van toepassing was, ook na de sloop en nieuwbouw van de recreatiewoning in 2008. De Raad van State oordeelde dat het overgangsrecht alleen geldt voor bestaande opstallen op het moment dat het bestemmingsplan rechtskracht kreeg, en niet voor nieuwbouw na die datum. Hierdoor viel de permanente bewoning niet onder het overgangsrecht.
Het college stelde dat de bewoners niet konden aantonen dat er sprake was van onafgebroken permanente bewoning sinds de peildatum, maar dit betoog faalde omdat het overgangsrecht sowieso niet van toepassing was. Daarnaast was er geen sprake van ongelijke behandeling ten opzichte van andere recreatiewoningen. De Raad van State bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om daarvan af te zien.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar het college werd een griffierecht opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.