ECLI:NL:RVS:2013:1537
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet kunnen overleggen schriftelijke bescheiden arbeidsrelatie
De minister legde op 13 januari 2012 een boete van €6.700 op aan [appellante] wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). Dit omdat zij geen schriftelijke bescheiden kon overleggen over de arbeidsrelatie met [werknemer], die tijdens een controle op 24 januari 2011 op het bedrijfsterrein werd aangetroffen.
[Appellante] voerde aan dat [werknemer] een zelfstandige vennoot was en geen werknemer, en dat zij dubbel gestraft werd vanwege een eerdere boete onder de Wet arbeid vreemdelingen. De rechtbank oordeelde echter dat sprake was van een feitelijke dienstbetrekking, omdat [werknemer] gedurende een zekere tijd arbeid verrichtte onder gezag en daarvoor loon ontving.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de minister terecht de boete had opgelegd. De eerdere boete onder de Wav en de formele inschrijving als vennoot stonden hieraan niet in de weg. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €6.700 wordt bevestigd.