ECLI:NL:RVS:2014:2686
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens geen arbeidsovereenkomst en geen dienstbetrekking
De minister legde op 23 augustus 2012 een boete van €31.500,- en een last onder dwangsom op aan wederpartij wegens overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van wederpartij gegrond, vernietigde het handhavingsbesluit en herroept de boete en last onder dwangsom. De minister stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst omdat werkers onder gezag stonden en loon ontvingen in de vorm van een tegenprestatie.
De Raad van State overweegt dat voor het bestaan van een dienstbetrekking aan alle elementen van een arbeidsovereenkomst moet zijn voldaan: arbeid, loon en gezag. Uit verklaringen van wederpartij en getuigen blijkt dat werkers geen loon ontvangen, maar vrijwillig werken en afstand doen van loon. Het geld dat wordt gegenereerd komt ten goede aan de opdrachtgever, niet aan de werkers. Hierdoor ontbreekt een loonbeding en is er geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW Pro.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat geen dienstbetrekking bestaat en dat de minister onterecht een boete en last onder dwangsom heeft opgelegd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat geen arbeidsovereenkomst bestaat en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.