Uitspraak
201006022/1/R1, heeft de Afdeling, voor zover hier van belang, het besluit van de raad van 20 mei 2010 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kern Bodegraven" vernietigd voor zover dit betrof het plandeel met de bestemming "Gemengd - 6" aan de [locatie] te Bodegraven alsmede het plandeel ten zuiden van [appellante] met de bestemming "Gemengd - 6" en de aanduiding "maximaal aantal wooneenheden 26". Voorts heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 24 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen deze plandelen opnieuw vast te stellen.
201006426/1/R2, kan uit de memorie van toelichting op het wetsvoorstel van de Chw (Kamerstukken II 2009/10, 32 127, nr. 3, blz. 49) worden afgeleid dat de wetgever met artikel 1.9 van de Chw de eis heeft willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en de daadwerkelijke (of: achterliggende) reden om een besluit in rechte aan te vechten en dat de bestuursrechter een besluit niet moet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die niet strekt tot bescherming van een belang waarin de eisende partij feitelijk dreigt te worden geschaad.
201006022/1/R1, heeft de Afdeling onder meer als volgt overwogen:
201006022/1/R1, op het standpunt gesteld dat zich geen overschrijding van de aanvaardbare geurbelasting vanuit de bakkerij voordoet op de voorziene appartementen, waarbij de raad zich - anders dan ten aanzien van het aspect geluid - uitsluitend heeft beroepen op de VNG-brochure. Aldus heeft de raad in het onderhavige geval niet aannemelijk gemaakt dat ter plaatse van de voorziene appartementen geen sprake zal zijn van onaanvaardbare geuroverlast ten gevolge van de bakkerij en dat de uitvoering van maatregelen hiertegen bij realisering van het plan niet behoeft te zijn gewaarborgd. Het bestreden besluit is ook in zoverre in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb genomen zonder de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en berust ook in zoverre in strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb niet op een deugdelijke motivering.