Uitspraak
200902447/1/H1, staat voorts vast dat Mijbupark in verband met de woning van [appellant] geen nieuwe bedrijfswoning ten behoeve van haar camping kan oprichten en dat het haar niet is toegestaan de kantine of een deel daarvan als beheerderswoning te gebruiken. Het gebruik van de woning als burgerwoning door [appellant] is een niet geringe inbreuk op het geldende planologische regime. Het college heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld en mogen stellen dat de woning teveel met de naastgelegen camping van Mijbupark is vervlochten om een functie te kunnen vervullen die los staat van het campingbedrijf van Mijbupark. In het betoog van [appellant] wordt geen grond gevonden voor het oordeel dat een beheerderswoning bij de camping van Mijbupark niet noodzakelijk is om een goed toezicht op de camping mogelijk te maken. Ten aanzien van het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt overwogen dat de voorzieningenrechter daarin terecht geen grond heeft gevonden voor het oordeel dat het college van handhavend optreden had moeten afzien, in aanmerking genomen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn situatie gelijk is aan het door hem bedoelde geval.