Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 december 2014 in de zaken tussen
Telerscoöperatie Van Nature U.A. BGB
Telerscoöperatie Van Nature U.A. Versdirect
FresQ U.A.
Coöperatie Tuinbouwveiling Zaltbommel e.o. B.A.
Telerscoöperatie Fossa Eugeniana U.A.
Coöperatieve Telersverenging Zuidoost-Nederland U.A.
Coöperatieve Telersverenging Best of Four – Westveg
Coöperatieve Telersverenging Best of Four – Unistar
Coöperatieve Telersverenging Best of Four – Tradition
Coöperatie Vereniging Nautilus U.A.
Coöperatie Komosa U.A.
Coöperatie Kompany U.A.
Coöperatie Coforta U.A.
Coöperatieve Telersvereniging SunQuality U.A.
Coöperatieve Telersvereniging Best of Four,appellanten
de minister van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
mr. A.H.J. Hofman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, alsmede mr. G.A. Dictus.
Overwegingen
€ 0,75 per plant, naar € 0,30 per plant voor losse tomaten en € 0,35 per plant voor trostomaten. Bij de vaststelling van het forfaitaire bedrag op € 0,75 per plant was, zo volgt uit het LEI-rapport, door verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met kostenbesparingen en meeropbrengsten. Gebleken is dat het enten van plantmateriaal bij bepaalde planten een hogere productie oplevert, terwijl de steun alleen is bedoeld voor extra kosten en inkomensverlies. Een deel van de opgevoerde uitgaven is daarom volgens verweerder niet-subsidiabel.
(…)
Vo 1234/2007 en Vo 543/2011 te garanderen. Deze controles en maatregelen moeten met het oog op een adequate bescherming van de financiële belangen van de Unie voldoende doeltreffend, evenredig en ontradend zijn. De controles en maatregelen moeten er blijkens deze bepaling vooral voor zorgen dat alle subsidiabiliteitscriteria kunnen worden gecontroleerd. Gelet hierop wordt de algemene stelling van appellanten, dat de controle zich had moeten beperken tot een administratieve of boekhoudkundige controle van de uitgaven, niet gevolgd. Een dusdanige beperking kan niet worden afgeleid uit artikel 143. Deze bepaling laat de lidstaten juist vrij in de keuze van de middelen, waarbij de diepte en omvang van het onderzoek op grond van artikel 143 wordt Pro bepaald door de controle van de subsidiabiliteitscriteria. Uit artikel 143, in samenhang gelezen met artikel 117 van Pro Vo 543/2011, leidt het College af dat er voorts geen onderscheid wordt gemaakt naar het soort controle of de omvang en intensiteit daarvan, en het tijdstip waarop de controle plaats vindt, voorafgaande aan de betaling of achteraf.
Beslissing
,-aan appellanten te vergoeden;