ECLI:NL:RVS:2012:BY4031
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Recht op verblijf van ongehuwde partner van dubbele EU-nationaliteit onder richtlijn vrij verkeer
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling, partner van een dubbele Nederlandse en Italiaanse nationaliteit houdster, gegrond verklaarde. De vreemdeling had een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan geweigerd gekregen.
De kern van het geschil was of de vreemdeling, als ongehuwde partner van een persoon met dubbele EU-nationaliteit die haar recht op vrij verkeer had uitgeoefend, aanspraak kon maken op verblijf op grond van de richtlijn 2004/38/EG. De staatssecretaris voerde aan dat het nationale recht van toepassing was omdat de partner ook de Nederlandse nationaliteit bezit en in Nederland verblijft.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de richtlijn wel degelijk van toepassing is omdat de partner haar recht op vrij verkeer had uitgeoefend door terug te keren naar Nederland na verblijf in Italië. De dubbele nationaliteit doet geen afbreuk aan de rechten die aan de Italiaanse nationaliteit kunnen worden ontleend. De grief van de staatssecretaris faalde en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat het bezit van de Nederlandse nationaliteit niet uitsluit dat rechten uit een andere EU-nationaliteit kunnen worden ontleend, met name in het kader van het recht op vrij verkeer en verblijf binnen de EU. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.