ECLI:NL:RVS:2012:BY3403
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over inbewaringstelling vreemdeling zonder rechtsgeldige terugkeerbesluit
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel stelde een vreemdeling in vreemdelingenbewaring bij besluit van 11 januari 2012. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel, waarop de rechtbank op 29 februari 2012 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De minister voerde aan dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat het niet tegen een besluit was gericht, en dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het bezwaarbesluit geen terugkeerbesluit bevatte. De Raad van State oordeelde dat het beroep wel ontvankelijk was omdat het besluit tot inbewaringstelling een besluit is gericht aan de vreemdeling zelf. Tevens stelde de Raad vast dat het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning niet voldeed aan de eisen van een terugkeerbesluit zoals bedoeld in de Terugkeerrichtlijn, omdat de vreemdeling niet uitdrukkelijk was gewezen op zijn plicht tot vertrek en de termijn daarvoor.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, zijnde €437,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.