Uitspraak
200607474/1), ook een opdrachtgever die via een tussenpersoon arbeid laat verrichten is aan te merken als werkgever in de zin van de Wav, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat nu aan [appellante] geen tewerkstellingsvergunningen zijn afgegeven, de minister bevoegd was om tot boeteoplegging over te gaan. [appellante] wordt derhalve niet gevolgd in haar standpunt, dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de minister het werkgeversbegrip te ruim interpreteert.
200903186/1/V6terecht heeft overwogen, de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de arbeid na te gaan of aan de voorschriften van die wet wordt voldaan. Gelet hierop wordt [appellante] evenmin gevolgd in haar standpunt, dat de minister haar er ten onrechte niet op heeft gewezen dat zij werkgever van de vreemdelingen is in de zin van de Wav en dat zij niet in staat was om continu toezicht te houden op de wijze waarop [persoon] de verbouwing ten uitvoer bracht en wie hij daarbij inschakelde.
200606955/1) is voor de hoogte van de op te leggen boete de voor samenwerking gekozen rechtsvorm bepalend. Ingevolge artikel 5:1, derde lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt bij een overtreding als hier aan de orde een vennootschap onder firma, zijnde een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, gelijkgesteld met een rechtspersoon. Nu de hoogte van de boete, voor zover verband houdend met de door de vennoten zelf gekozen rechtsvorm, haar grond vindt in deze gelijkstelling en de minister in zoverre geen beslissingsruimte heeft, is hij terecht overgegaan tot onverkorte oplegging van het voor rechtspersonen geldende boetenormbedrag van € 8.000,00.
200805644/1/V6), volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet bestuurlijke boete arbeid vreemdelingen (Kamerstukken II 2003/04, 29 523, nr. 3, blz. 1) dat het voorkomen en ontmoedigen van illegale tewerkstelling de voornaamste doelstelling van de Wav is. Nu de vreemdelingen de in het boeterapport omschreven arbeid ten behoeve van [appellante] hebben verricht zonder dat daarvoor tewerkstellingsvergunningen zijn afgegeven, heeft [appellante] gehandeld in strijd met deze doelstelling.
200804654/1/V6) bestaat reden tot matiging van de opgelegde boete indien op basis van door de beboete werkgever overgelegde financiële gegevens moet worden geoordeeld, dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat in de financiële gegevens over 2010 die [appellante] heeft overgelegd bij haar op 14 oktober 2011 ingediende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, geen grond is gelegen voor het oordeel dat zij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen. Dat, aldus [appellante], de rechtbank er ten onrechte van is uitgegaan dat zij in 2011 een hogere omzet heeft behaald dan in 2009 en 2010, leidt reeds omdat zij deze stelling niet met gegevens of bescheiden heeft gestaafd niet tot een ander oordeel.