Partycentrum Groenoord B.V. maakte bezwaar tegen een handhavingsbesluit van de gemeente Leiden waarin werd gesteld dat het gebruik van het pand als partycentrum in strijd was met het bestemmingsplan en de verleende vergunningen. De gemeente legde een dwangsom op en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik als partycentrum valt binnen de in 2010 verleende vergunning, die zaalverhuur, speelparadijs en evenementenhal toestaat. De gemeente kon niet aantonen dat het gebruik in strijd was met de vergunning of dat de vergunning was vervallen. Het beroep op overgangsrecht was daarmee niet aan de orde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer op 16 oktober 2015.