ECLI:NL:RVS:2012:BX5953
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van tegemoetkoming in planschade na wijziging bestemmingsplan Marum-Alberdaheerd
Het college van burgemeester en wethouders van Marum wees op 28 september 2010 de aanvragen van appellanten om tegemoetkoming in planschade af, behalve aan appellant A die een symbolische vergoeding van €500 ontving. Appellanten maakten bezwaar en gingen in beroep bij de rechtbank Groningen, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De zaak draaide om de vraag of de wijziging van het bestemmingsplan 'Marum-Alberdaheerd' per 9 februari 2009 tot planschade leidde die niet onder het normale maatschappelijke risico viel en dus voor vergoeding in aanmerking kwam. Het college baseerde zich op adviezen van een onafhankelijke deskundige, Langhout, die concludeerde dat de meeste schade binnen het normale maatschappelijke risico viel en dat een deel van de schade anderszins verzekerd was door de verkoop van tuingrond aan appellanten.
Appellanten voerden aan dat de adviezen onvoldoende gemotiveerd waren en dat de rechtbank ten onrechte het college toestond de adviezen bij de besluitvorming te betrekken. Ook stelden zij dat de waarderingen en berekeningen onjuist waren en overlegden een eigen taxatierapport. De Afdeling oordeelde echter dat de adviezen van Langhout voldoende gemotiveerd en controleerbaar waren, dat appellanten geen concrete aanwijzingen voor onzorgvuldigheid hadden geleverd en dat het college appellanten voldoende gelegenheid had gegeven om op de adviezen te reageren.
De Afdeling bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Ook wees zij een verzoek tot vergoeding van proceskosten af omdat het besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; de tegemoetkoming in planschade blijft beperkt tot €500 aan appellant A.