ECLI:NL:RVS:2012:BW6882
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ligplaatsvergunning woonboot en bevriezingsbeleid
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid verleende aan appellante een vergunning voor het innemen van een ligplaats met een woonboot aan een locatie in Amsterdam. Tegen dit besluit maakten wederpartijen bezwaar, die door het bestuur ongegrond werden verklaard. De rechtbank Amsterdam vernietigde deze besluiten wegens motiveringsgebreken en gaf de beroepen van de wederpartijen gegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de wederpartijen geen belanghebbenden waren en dat het bestemmingsplan De Pijp 2005 het innemen van de ligplaats toestond, waardoor het bevriezingsbeleid niet doorslaggevend was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wederpartijen wel belanghebbenden zijn vanwege hun directe nabijheid en uitzicht, en dat het bestemmingsplan niet uitsluit dat een vergunning op andere gronden kan worden geweigerd.
De Afdeling stelde vast dat het bevriezingsbeleid een vaste gedragslijn is en dat het dagelijks bestuur bij het besluit tot vergunningverlening daarvan is afgeweken. Deze afwijking is voldoende gemotiveerd door het bestuursorgaan, waarbij het vertrouwensbeginsel en belangenafweging centraal stonden. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond, waarbij tevens de latere besluiten van het dagelijks bestuur werden vernietigd wegens het vervallen van de grondslag.
Tot slot werd het betaalde griffierecht aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de beroepen tegen het besluit tot ligplaatsvergunning worden ongegrond verklaard.