ECLI:NL:RVS:2012:BW4897
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ongewenstverklaring vreemdeling wegens onvoldoende belangenafweging
De minister voor Immigratie en Asiel stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van 11 november 2009 tot ongewenstverklaring van een vreemdeling vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat het gezinsleven tussen de vreemdeling en zijn dochter beschermd moet worden en dat de minister de belangen onvoldoende had afgewogen.
De Raad van State stelt vast dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro geldt, maar dat de minister een beoordelingsruimte heeft bij de belangenafweging. De rechtbank had echter haar eigen oordeel in de plaats van dat van de minister gesteld zonder de vereiste toetsing aan de fair balance tussen individuele en algemene belangen.
Daarom vernietigt de Raad van State het deel van de uitspraak waarin het bezwaar van de vreemdeling gegrond werd verklaard en het besluit werd herroepen. De minister moet een nieuw besluit nemen waarbij alle belangen zorgvuldig worden betrokken. De overige delen van de uitspraak worden bevestigd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat het bezwaar gegrond verklaarde wordt vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.