ECLI:NL:RBDHA:2013:19758
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- J.M. Sassenburg
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ongewenstverklaring vreemdeling met belangenafweging gezinsleven
Eiser, een vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit, is ongewenst verklaard wegens een veroordeling voor overtreding van de Opiumwet. Hij is getrouwd met een Nederlandse vrouw met wie hij een kind heeft dat de Nederlandse nationaliteit bezit. De staatssecretaris heeft de ongewenstverklaring gebaseerd op een belangenafweging volgens artikel 8 EVRM Pro, waarbij het algemeen belang van de staat zwaarder werd gewogen dan het gezinsleven van eiser.
De rechtbank constateert dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het gezinsleven met het Nederlandse kind niet in Nederland kan worden voortgezet, terwijl de echtgenote vanwege zorgverplichtingen voor andere Nederlandse kinderen niet langdurig naar Suriname kan reizen. De belangen van het kind en de gezinssituatie zijn niet volledig en zorgvuldig afgewogen.
De rechtbank oordeelt dat het besluit gebreken vertoont in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en geeft de staatssecretaris de gelegenheid deze gebreken binnen zes weken te herstellen. Indien dit niet gebeurt, zal de rechtbank binnen zes weken een einduitspraak doen. De uitspraak is een tussenuitspraak en het hoger beroep kan alleen samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en stelt de staatssecretaris in de gelegenheid het besluit binnen zes weken te herstellen wegens onvoldoende belangenafweging.