ECLI:NL:RVS:2012:BW0295
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatige vestiging voorkeursrecht op gronden Draka door gemeente Amsterdam
De zaak betreft het hoger beroep van Draka tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het door Draka bestreden besluit van de gemeente Amsterdam bevestigde om een voorkeursrecht te vestigen op haar gronden in het Hamerstraatgebied. De gemeente had deze gronden aangewezen op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) vanwege een voorgenomen herontwikkeling van het gebied met een gewijzigde bestemming die afwijkt van het huidige gebruik.
Draka voerde aan dat het voorkeursrecht ten onrechte was gevestigd omdat de toegedachte bestemmingen niet afwijken van het huidige gebruik en dat de gemeente niet over voldoende financiële middelen beschikt om de gronden aan te kopen, waardoor het voorkeursrecht onevenredige nadelige gevolgen heeft. De Raad van State oordeelde dat het vestigen van het voorkeursrecht op grond van artikel 5 van Pro de Wvg ook mogelijk is als nog geen zekerheid bestaat over de definitieve bestemmingswijziging en dat de financiële uitvoerbaarheid geen belemmering vormt voor het vestigen van het voorkeursrecht.
De Raad benadrukte dat het voorkeursrecht inhoudt dat Draka haar gronden eerst aan de gemeente moet aanbieden bij verkoop, maar dat de gemeente niet verplicht is tot aankoop als zij niet over de middelen beschikt. De belangenafweging die de wetgever bij de Wvg heeft gemaakt, weegt het algemene belang van planologische ontwikkeling zwaarder dan het individuele financiële belang van de grondeigenaar.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van Draka wordt ongegrond verklaard en de vestiging van het voorkeursrecht op haar gronden door de gemeente Amsterdam bevestigd.