ECLI:NL:RBDHA:2024:18964
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vestiging definitief voorkeursrecht Zuidplaspolder
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van de raad van de gemeente Zuidplas om een definitief voorkeursrecht te vestigen op percelen in de Zuidplaspolder, bedoeld voor toekomstige woningbouw en bedrijventerreinen.
Eiser stelde procedurele en inhoudelijke bezwaren, waaronder het niet aangetekend verzenden van het primaire besluit, onzorgvuldige motivering, twijfel over de noodzaak en financiële haalbaarheid van het plan, en belemmering van zijn agrarische bedrijfsvoering.
De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit wel aangetekend was verzonden en dat het bezwaarproces zorgvuldig was doorlopen met een hoorzitting en advies van de bezwaarschriftencommissie. De vestiging van het voorkeursrecht is gerechtvaardigd op grond van de structuurvisie en het doel om gemeentelijke regie te voeren en speculatie tegen te gaan.
De rechtbank verwierp de stellingen over onzekerheid van de planuitvoering en financiële draagkracht van de gemeente, en benadrukte dat het voorkeursrecht geen verplichting tot verkoop inhoudt. Het beroep is ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het vestigen van het definitieve voorkeursrecht wordt ongegrond verklaard.