ECLI:NL:RVS:2012:BV8063
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over huurtoeslag wooneenheid op water
De Belastingdienst had de huurtoeslag van appellant over 2006 en 2008 vastgesteld op nihil en de reeds uitbetaalde voorschotten teruggevorderd, omdat de wooneenheid werd gezien als een woonschip. Appellant stelde dat de wooneenheid een gebouwde onroerende zaak is, duurzaam verankerd in de waterbodem en met een vaste verbinding met de wal.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de wooneenheid inderdaad als een gebouwde onroerende zaak moet worden beschouwd, gelet op de constructie, verankering en bestemming. De wooneenheid voldoet daarmee aan de definitie van woning in de Wet op de huurtoeslag. De eerdere uitspraak van de rechtbank die het standpunt van de Belastingdienst volgde, wordt vernietigd.
De Belastingdienst heeft de huurtoeslag ten onrechte op nihil vastgesteld en de voorschotten onterecht teruggevorderd. De besluiten van 20 mei 2010 worden vernietigd en de Belastingdienst dient opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De huurtoeslag over 2006 en 2008 wordt toegekend omdat de wooneenheid als onroerende zaak wordt aangemerkt.