Uitspraak
200805688/1/R1) volgt uit artikel 1, lid 3, van de planregels niet dat bouwdelen die gelijktijdig met het hoofdgebouw zijn opgericht, niet als aanbouw kunnen worden aangemerkt.
200604193/1) kan er procesbelang bestaan indien een appellant stelt schade te hebben geleden ten gevolge van bestuurlijke besluitvorming. Daartoe is vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat deze schade daadwerkelijk is geleden als gevolg van het bestreden besluit. Met de overgelegde verklaring van de verkopende makelaar dat geïnteresseerden vanwege de voorziene kinderopvang niet bereid waren om de woning voor een prijs van € 1.985.000 te kopen, is wel aannemelijk gemaakt dat [appellant sub 3] schade kan hebben geleden als gevolg van het vaststellen van het plan. Uit de uitspraak van de Afdeling van 12 mei 2004 in zaak nr.
200306478/1volgt, anders dan de raad betoogt, niet dat [appellant sub 3] aannemelijk dient te maken dat hij een aanvullend bedrag van de koper ontvangt indien deze procedure tot vernietiging van het bestreden plandeel leidt, aangezien [appellant sub 3] zijn betoog dat hij procesbelang heeft, anders dan de appellante in de voormelde zaak, niet heeft gebaseerd op het bestaan van een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst, maar op de verklaring van de verkopende makelaar.
201002872/1/R2dat de omstandigheid dat een bouwvergunning in rechte onaantastbaar is geworden, niet met zich brengt dat er niet langer procesbelang bestaat bij een uitspraak, nu een bestemmingsplan zich leent voor herhaalde toepassing.