ECLI:NL:RVS:2011:BQ5557
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en terugkeerprocedure in het kader van de Vreemdelingenwet 2000 en Richtlijn 2008/115/EG
De vreemdeling is op 5 januari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het vermoeden dat hij zich aan zijn uitzetting zou onttrekken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak deels en toetst de maatregel aan de hand van de beroepsgronden.
De Afdeling stelt vast dat het terugkeerbesluit niet ter beoordeling staat bij de toetsing van de bewaring, aangezien dit besluit los staat van de maatregel van bewaring. De grond dat de vreemdeling zich niet aan zijn vertrektermijn heeft gehouden, vormt een voldoende reden om aan te nemen dat hij de terugkeer of verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert. De overige gronden, zoals het ontbreken van een identiteitsbewijs en vaste verblijfplaats, zijn onvoldoende gemotiveerd en kunnen de bewaring niet dragen.
Verder bevestigt de Afdeling dat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat, ondanks dat de vreemdeling niet vrijwillig meewerkt aan zijn vertrek. De minister heeft terecht geoordeeld dat geen minder dwingende maatregelen dan bewaring doeltreffend zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.